Taaladvies: te(n) alle(n) tijde

Te allen tijde / ten alle tijde / ter aller tijde?

Taaladvies: is het te allen tijde of ten alle tijde?

Is het nu: ‘te allen tijde’ of misschien toch ‘ter alle tijde’, ‘ten allen tijde’ of misschien nog een andere vorm? Als tekstschrijver zie ik met deze taalconstructie veel misgaan, ook bij gerenommeerde media en auteurs.

Maar het goede antwoord is: te allen tijde

Maar hoe zit dat precies?

Veel foute alternatieven

Iedere taal heeft zijn eigen struikelblokken, zeker het Nederlands. Wanneer ik als tekstschrijver stukken van anderen herschrijf of de eindredactie verzorg, zie ik het bij deze taalconstructie heel vaak fout gaan. Dan duiken soms de vreemdste verbasteringen op. Ik heb ze eens bijgehouden. Deze varianten ben ik allemaal al eens tegengekomen:

  • te alle tijde
  • ter aller tijde
  • ten allen tijde
  • ten alle tijde
  • te alle tijde
  • ter aller tijde
  • ten allen tijden

Maar die zijn dus allen fout. Ik snap eigenlijk niet zo goed waarom de fouten nu nog regelmatig gemaakt worden. Want een tekstverwerker zoals Word of andere software met een beetje slimme spellingscontrole kan het tegenwoordig eenvoudig voor je corrigeren.

Waarom eigenlijk?

Taaladvies van tekstschrijver en eindredacteur Eric Hoogeweg over: te allen tijde.

Voor de liefhebber nog even een korte uitleg over de juiste schrijfwijze van te allen tijde. Die komt voort uit de naamvallen die wij vroeger ook in de Nederlandse taal regelmatig gebruikten.

Wie Duits of Latijn had op school, kent ongetwijfeld de naamvallen. Niet bepaald mijn favoriete taaleigenschap. Een naamval neemt als woord een vorm aan door de grammaticale functie in een zin. Ons moderne Nederlands kent (gelukkig) nauwelijks naamvallen meer, maar vroeger dus wel. Dat zien we nu nog terug in vaste uitdrukkingen die vroeger zijn ontstaan. Bijvoorbeeld ook in:

  • van harte
  • ten enenmale

‘Ten’ of ‘ter’ zijn ontstaan uit een samensmelting van ‘tot’ of ‘te’ en een lidwoord (der of den). Maar een lidwoord past hier helemaal niet. En als je er in de uitdrukking geen lidwoord bij kunt denken, is het ‘te’ (niet ‘ten’ of ‘ter’). Dat zie je bijvoorbeeld ook bij:

  • te gelde maken
  • te berge rijzen
  • te berde brengen

En dan krijgt het bijvoeglijk naamwoord ‘alle’ ook nog een extra ‘n’ omdat het hier een derde of vierde naamval bij een mannelijk woord betreft (tijd). En dit zelfstandig naamwoord krijgt een ‘e’ die we ook zien bij andere mannelijke of onzijdige woorden in dit soort constructies (zoals: in koelen bloede). Dat is alles. Wil je toch nog meer weten? Lees hier dan nog meer taaladvies.